fabrikant van lijnbussen en touringcars.
Rijtuigmakerij Jonckheere, Carrosserie Jonckheere, Jonckheere Bus & Coach.
• 1881 : oprichting als kleine wagenmakerij. • Begin 1900 : overschakeling van koetsen naar gemotoriseerd vervoer (luxe-auto’s). • Jaren 1920 : start van de productie van autobussen. • 1930s : Jonckheere wordt marktleider in België. • 1960s : sterke stijging verkoop touringcars. • 1980s : economische moeilijkheden. • 1994 : overname door de Berkhof Groep. • 1998 : Berkhof Groep wordt onderdeel van de VDL Groep. • 2011 : de naam ‘Jonckheere’ verdwijnt volledig. • 2024 : verhuis van de Schoolstraat naar een nieuwe fabriek voor elektrische bussen in het Krommebeekpark.
‘Van koets tot elektrische bus’
Bevernaar Henri Jonckheere (1851-1910), een vooruitstrevende en dynamische wagenmaker, sticht in 1881 een kleine werkplaats. Even voor de eeuwwisseling specialiseert het bedrijf zich in de bouw van koetsen die volgens de wensen van de klant afgewerkt worden. Het bedrijf groeit van 5 tot 30 werknemers.
De koets wordt al echter snel verdrongen door de automobiel en in 1902 bouwt Jonckheere zijn eerste luxe-automobiel. De houten koetswerken worden gebouwd op diverse chassis van onder meer Rolls Royce, Minerva, F.N. en Bovy.
De Eerste Wereldoorlog legt alle activiteit stil en daarbovenop wordt het bedrijf volledig verwoest door de terugtrekkende Duitsers. Zonen Jules (1891-1960) en Joseph (1898-1964) Jonckheere bouwen het bedrijf echter terug op, want in de jaren twintig kent de Belgische automobielindustrie een grote bloei. De opbouw van de meeste wagens wordt aan carrossiers zoals Jonckheere overgelaten. Omdat in de omgeving niet voldoende vaklui te vinden zijn, opent Jonckheere in 1928 een filiaal in Gent. Ondertussen worden in Beveren ook de eerste bussen opgebouwd.
Rond 1932 wordt besloten om, in ruil voor het leveren van cement aan de U.S.A., de invoerrechten op Amerikaanse voertuigen te verlagen. De voertuigen uit Detroit overspoelen de Europese markt en dit betekent de doodsteek voor onze nog ambachtelijke auto-industrie. Jonckheere verkeert in crisis, 150 werknemers worden ontslagen en het bijhuis in Gent sluit. Het bedrijf krimpt tot 35 werknemers.
Jonckheere is echter een dynamisch bedrijf en met de in het verleden opgedane kennis wordt overgeschakeld op de opbouw van autobussen. De eerst nog volledig houten carrosserie-frames maken plaats voor een met staalplaat beklede houten onderbouw. In de jaren vijftig wordt overgegaan naar een volledig metaalconstructie. Het bedrijf herstelt zich en anno 1936 is het werknemersbestand terug aangegroeid tot 250. In de jaren dertig is 75% van de Belgische markt van autobussen in handen van Jonckheere.
De Tweede Wereldoorlog legt de Belgische industrie opnieuw lam. Na de oorlog ontwikkelen het openbaar vervoer en het toerisme zich zeer snel met een grote vraag naar bussen en autocars tot gevolg. Deze zijn nu volledig uit metaal en in 1947 sticht Jonckheere het bedrijf Sadef (dat nog steeds bestaat in Gits). Deze firma vervaardigt koud gevormde profielen en buizen voor Jonckheere, maar ook voor derden.
Joseph Jonckheere wordt opgevolgd door zijn zoon Henri (1926-2005).
De golden sixties breken aan en In 1960 telt Jonckheere al 600 werknemers. Bij het 100-jarig bestaan in 1981 zijn dat er 1.100. Op het eind van de jaren tachtig zet het bedrijf een volgende stap. Het ingekochte chassis wordt vervangen door een onderstel dat de busbouwer zelf vervaardigt. Dit wordt echter geen succes.
Begin de jaren negentig splitst Jonckheere zich in ‘Jonckheere Bus and Coach’ dat zich toelegt op de productie van bussen en autocars, terwijl ‘Jonckheere nv’ zich op de toelevering focust.
Die operatie volgt op een mindere periode bij de West-Vlaamse busbouwer.
Jonckheere moet een “totaal rationaliseringsplan'' doorvoeren wat onder meer het collectief ontslag van 251 personeelsleden van de busafdeling betekent. Door de eerste Golfoorlog worden bestellingen uit het Midden-Oosten geschrapt en Jonckheere blijft met een te grote voorraad zitten. Bovendien krijgt ook het toerisme klappen waardoor minder bestellingen binnenkomen.
In 1994 wordt het bedrijf opgekocht door de Berkhof Groep die 1998 opgaat in de VDL Groep van de Nederlandse familie Van der Leegte.
In 2003 voert de VDL Groep naamsveranderingen door, waardoor het busbouwbedrijf wordt ingelijfd bij de 'VDL Bus Groep' en vanaf dan wordt aangeduid als 'VDL Jonckheere'.
Op 25 september 2010 verandert de naam 'VDL Bus Groep' in 'VDL Bus & Coach'. Dit betekent het volledig verdwijnen van de naam Jonckheere, bussen die in de fabriek worden geproduceerd, krijgen nu de merknaam VDL.
De naam mag dan al verdwenen zijn, de productiviteit allerminst. Op een terrein van 8 ha op het bedrijvenpark Krommebeek-Beveren bouwt VDL een productiehal van 27 000 m².
Op 10 april 2024 wordt de fabriek feestelijk geopend. Men bouwt er de 100% elektrische ‘VDL Citea’ lijnbussen.