Jacob Company (Globetrade Group)

Activiteit

groothandel, ontwerp en productie van tassen, koffers en reisartikelen.

Voorheen

Deweerdt & Jacob, Lederen Handschoenenfabriek A. Jaocb-Degrève.

Mijlpalen

• 1890 : oprichting door Amand en Maria Deweerdt in de Verweriestraat.
• Jaren 1920 : overname door Alfons Jacob en Angèle Degrève, verhuis naar de Stationsdreef.
• Einde jaren 1960 : overname door de derde generatie Paul Jacob.
• 1977 : verhuis naar Izegem.
• Jaren 1970 : productie verschuift naar Zuid-Europa, daarna het Oostblok en nog later Azië.
• Jaren 1990 : de derde generatie met Philippe en Pierre treedt aan.
• Jaren 1990 : aankoop en verkoop van tassen onder licentie, wijziging naam naar Jacob Company.
• 2018 : Pierre Jacob verkoopt zijn belangen aan een investeringsgroep.
• Begin jaren 2020 : einde van betrokkenheid van de familie Jacob.

Historiek

‘Over handschoenen en superhelden’

In 1890 richten Amand Deweerdt (1861-1924) en zijn zus Maria (1856-1950) in de Verwerijstraat een leerlooierij en handschoenmakerij op. Ook hun schoonbroer Emiel Jacob-Deweerdt (1862-1947) werkt mee in de zaak. Ze produceren er uitzonderlijk zachte en hoogwaardige handschoenen. Om het leder die zachtheid te geven, wordt het geweekt in een mengsel van menselijke urine en uitwerpselen van met brood gevoede honden. Om aan de groeiende vraag te voldoen, koopt Amand ook leder aan bij de Engelse looierij Pittards. Daar wordt een speciaal soort leder gebruikt afkomstig van de in Argentinië gekweekte kruising van een schaap en een geit.

Naast de arbeiders in de werkplaats wordt een groot deel van het werk uitgevoerd door thuiswerkers. De mannen snijden de onderdelen van de handschoenen uit het leder waarbij geen enkel stukje verloren mag gaan en fouten zoals insectenbeten zorgvuldig moeten verwijderd worden. Het volledig onder de knie krijgen van dit precisiewerk vraag als snel zes tot zeven jaar. De vrouwelijke thuiswerksters staan in voor het naaien van de handschoenen. Een bijzonder nauwkeurig werk want de kleine, driedimensionale vorm en de smalle, gebogen vingers maken het samenstellen complex. Zelfs een kleine fout kan leiden tot een slechte pasvorm of ongemak bij het dragen.

Amand en Maria hebben geen kinderen en dus nemen hun neef Alfons Jacob (1895-1975) en zijn echtgenote Angèle Degrève (1896-1988) in de jaren 1920 de zaak over. Het bedrijf kent een sterke groei. Na klachten over geurhinder en het intensieve gebruik van water uit de Mandel verhuist de productie naar de Stationsdreef 180, waar zich vandaag La Sposa bevindt.

Opmerkelijk is dat Jacob-Degrève zijn handschoenen niet in België of elders in Europa verkoopt. De export richt zich daarentegen op de Verenigde Staten, Japan, Australië en Nieuw-Zeeland waar de handschoenen verkrijgbaar zijn in exclusieve warenhuizen. Zo is bekend dat mode-icoon Jacqueline Kennedy-Bouvier in de jaren 1960 haar JD-handschoenen bij Bloomingdale koopt. Eén van de pronkstukken uit de collectie is de 19-duim handschoen, beter bekend als de opera-handschoen, die tot aan de biceps reikt.

Met Paul Jacob (1933-1987) dient zich de derde generatie aan. Hij is geen echte student en wordt op zestienjarige leeftijd voor twee jaar naar Pittards in Engeland gestuurd om er het vak te leren. Eind jaren 1960 neemt hij het bedrijf over. Op dat moment telt het bedrijf ongeveer 100 werknemers in Roeselare en nog eens 200 thuiswerkers, voornamelijk uit de streek van Brakel en Munkzwalm. Twee keer per week, op woensdag en zaterdag, haalt een camionette de afgewerkte handschoenen op.

In de jaren 1970 wordt produceren in België te duur. De handschoenen worden voortaan aangekocht in Italië en later in Roemenië en Hongarije. Deze aankopen gebeuren op internationale beurzen in Pilzen, Brno en Leipzig. De handel met het Oostblok verloopt vlot, al is een bezoek aan de fabrieken niet mogelijk.

Via contacten in de lederindustrie worden ook boekentassen geïmporteerd. Wagons vol handschoenen en tassen komen in België aan. De verkoop verschuift ondertussen naar Europa, met België en Frankrijk als belangrijkste markten. In 1990 worden de laatste handschoenen in België vervaardigd.

Eind jaren 1970 start Paul ook met import uit het Verre Oosten. De producten worden in China vervaardigd en aangekocht via verkoopkantoren in Hongkong en Taiwan. Geleidelijk aan vervangt nylon het traditionele leder.

De firma Jacob-Degrève verwerft van Disney en later van Studio 100 de exclusieve licentie voor Europa om hun figuren op tassen te gebruiken. Dit geeft de verkoop van school- en reistassen een sterke impuls. Jacob-Degrève staat in voor ontwerp, ontwikkeling en verkoop, terwijl de productie in het buitenland gebeurt.

In 1977 verhuist het bedrijf naar Izegem en datzelfde jaar treedt Philippe Jacob (1958-2017) toe tot het bedrijf, zes jaar later gevolgd door zijn broer Pierre (°1959). Na het overlijden van hun vader Paul in 1987 zetten Philippe en Pierre het bedrijf verder. Een derde broer, Jacques, is slechts kort betrokken.

Omdat de Chinese partners moeite hebben met de uitspraak van Degrève, wordt de naam Jacob-Degrève gewijzigd in Jacob Company. In 2003 krijgt het prinselijk huwelijk van Laurent en Claire een West-Vlaams tintje, JD Gloves mag 204 paar ceremoniehandschoenen aan het Hof leveren.

In 2018 verkoopt Pierre Jacob zijn aandelen aan een investeerder en wat later doet ook Christophe Jacob, de zoon van Philippe, afstand van zijn aandelen. Daarmee komt een einde aan de betrokkenheid van de familie Jacob. De ondertussen in Kortrijk gevestigde Jacob Company maakt vandaag deel uit van Globetrade, een groep die ook actief is in speelgoed en spellen.

Het bedrijf blijft zich toeleggen op het ontwerpen van kwalitatieve en trendy tassen en modeaccessoires. Figuren van onder andere Disney, Marvel, Universal, Warner Bros en Minecraft sieren de collecties. Daarnaast werkt Jacob Company ook voor onafhankelijke merken en retailers.

🔍
🔍
🔍
🔍
🔍
🔍
🔍
🔍
🔍
🔍
🔍
🔍
VORIGE INDEX VOLGENDE