bank.
Middenstandsbank, Bank van Roeselare, Bank van Roeselare en West-Vlaanderen.
• 1924 : oprichting van de ‘Middenstandsbank’ door E.H. Arthur Dumortier en Alfons Van Coillie. • 1925 : officiële start van de bank in herberg ‘Patria’. • 1927 : Jozef Camerlynck treedt in dienst en groeit uit tot de bepalende figuur van de bank. • 1932 : naamsverandering naar ‘Bank van Roeselare’. • 1935 : omvorming tot naamloze vennootschap. • Tweede Wereldoorlog : eerste uitbreiding buiten Roeselare met kantoren in Veurne, Ieper en Brugge. • Jaren nadien : verdere regionale uitbreiding naar onder meer Kortrijk en Oostende. • Oprichting van SODIRO vzw: ontstaan van een sociaal secretariaat binnen de bank • Luxemburgse uitbreiding: oprichting van BR & Associés, Banquiers • 1996: beslissing tot verkoop aan Kredietbank • 1998: volledig overnamebod en integratie in KBC
‘Van middenstandsbank tot financiële reus’
De Bank van Roeselare speelt vele jaren een belangrijke economische en historische rol in Roeselare en de bredere regio. De bank staat symbool voor lokaal ondernemerschap, financiële zelfstandigheid en regionale groei.
De oorsprong van de bank gaat terug tot 19 december 1924. E.H. Arthur Dumortier, proost van de Christelijke Middenstandsorganisaties, richt samen met architect, schepen en senator Alfons Van Coillie (1884-1949) de ‘Middenstandsbank’ op. Het doel is lokale handelaars, landbouwers en ondernemers financieel te ondersteunen in een periode waarin grote nationale banken weinig aandacht hebben voor kleinere steden.
Op 12 januari 1925 starten de activiteiten in de kelder van herberg Patria (Middenstandshuis) aan de Noordstraat, met zes personeelsleden en een startkapitaal van 100.000 frank. Door de snelle groei verhuist de instelling het jaar erop en in 1930 nogmaals naar grotere gebouwen naast de Patria.
Een sleutelmoment is het jaar 1927 met de aanwerving van Jozef Camerlynck (1904-1976), notariszoon uit Passendale. Ondanks zijn jonge leeftijd beschikt hij al over ervaring in de banksector en groeit hij uit tot de drijvende kracht achter de verdere ontwikkeling van de bank. Tijdens de economische crisis slaagt hij erin de instelling stabiel te houden, terwijl veel andere middenstandsbanken verdwijnen.
Omdat het begrip ‘middenstand’ niet altijd de lading dekt, verandert de bank op 8 februari 1932 haar naam in ‘Bank van Roeselare’. Vanaf 2 december 1935 wordt ze een naamloze vennootschap die onder leiding van Camerlynck haar personeelsbestand uitbreidt tot ongeveer twintig medewerkers.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog zet de bank haar expansie voort met nieuwe vestigingen in onder meer Veurne, Ieper en Brugge. Ook het aantal deposito’s kende in die periode een sterke stijging. Na de oorlog, in 1945, koopt de bank het gasthof Patria.
Jozef Camerlynck en zijn echtgenote Simonne Vanneste engageren zich ook sterk voor sociale en culturele initiatieven, waaronder hulp aan kansarme kinderen en ondersteuning van zorginstellingen voor jongeren, waarvan ‘Onze Kinderen’ in Rumbeke het bekendste is.
De bank blijft verder groeien met bijkomende kantoren in onder meer Kortrijk en Oostende wat haar regionale uitstraling nog versterkt. Binnen de instelling ontstaat ook het sociaal secretariaat SODIRO vzw, dat later samenwerkte met ADMB en uiteindelijk een eigen gebouw krijgt.
Met de oprichting van het Luxemburgse filiaal ‘BR & Associés, Banquiers’ zet de bank een nieuwe stap. Toch wordt het steeds moeilijker om als relatief kleine bank zelfstandig te blijven. Het versnipperde aandeelhouderschap en de nood aan schaalvergroting spelen daarin een belangrijke rol.
In 1996 wordt beslist de bank te verkopen aan de ‘Kredietbank’ en twee jaar later volgt de volledige integratie. Zo verdwijnt de naam ‘Bank van Roeselare’, maar ze blijft een belangrijk onderdeel van het financiële en stedelijke verleden van Roeselare.