verkoop bedrijfsmeubelen, legermateriaal, overstocks.
Lucien Debackere.
• 1922 : oprichting handel in oud ijzer door Lucien Debackere. • Jaren 1930 : ‘autoslachterij Debackere’: handel in wisselstukken van auto’s en auto’s. • Jaren 1940-1945 : afbraakfirma gebouwen, verkoop van het gerecupereerde materiaal. • Jaren na de oorlog : aankoop en verkoop van oud legermateriaal • 1968 : overlijden van Lucien, overname door 4 zonen en schoonzoon. • 1980 : Daniël Debackere richt, naast de ‘stock americain’, een afdeling ‘kantoor- en bedrijfsmeubelen’ op. • Vanaf de jaren 1980 : uitbouw ‘army shop’.
‘Voor elke overstock is een markt’.
Lucien Gerard Debackere (1895-1967) is de zoon van Gustaaf Debackere (1860-1915) en Maria Decruw (1866-??). Hij groeit samen met vier broers en twee zussen op in de Schoolstraat in Beveren.
In 1922 wordt ‘Debackere’ opgericht door de toen 27-jarige Lucien. Hij start zijn handel met het ophalen van oude metalen in de frontstreek na de Eerste Wereldoorlog. Eerst met een hondenkar, daarna met kar en paard.
Tien jaar later met de opkomst van de auto wordt de zaak aan de Heirweg 20 uitgebreid en specialiseert Lucien zich in de aan- en verkoop van automobielen. Voor wisselstukken is er zijn groot autokerkhof waar de wagens gesloopt worden. Van assen over radiatoren tot versnellingsbakken, alle mogelijke onderdelen worden in het hele land verkocht. Wat niet bruikbaar is als wisselstuk wordt gerecupereerd. Zo wordt de binnenbekleding gebruikt bij de fabricage van werkkledij en de zetels worden getransformeerd in comfortabele salons. Niets gaat verloren en er wordt dan ook gesproken van de ‘autoslachterij Debackere’.
De zaken gaan goed, van 1938 tot 1940 stijgt het aantal werknemers van 20 naar 32. De autoslachterij wordt uitgebreid met een benzinestation en een café ‘In het Autopark’. Dit café wordt opgericht in 1932, maar sluit in 1943 al opnieuw de deuren.
De Tweede Wereldoorlog legt het bedrijf volledig stil : de hangars worden door het Duitse leger opgeëist om er materiaal te stockeren en paarden te herbergen. Het materiaal van Debackere zelf ligt buiten onbeschermd opgestapeld.
Ook familiaal zijn het moeilijke tijden : Luciens zoon is opgeëist om in de Duitse oorlogsindustrie te werken. Georges komt gelukkig na de oorlog levend, zij het sterk vermagerd en getekend, terug thuis.
Ook de arbeiders van de firma Debackere hebben het moeilijk. Ze vallen zonder werk, want door het oorlogsgeweld stokt de aanvoer van materialen en de handel in auto’s. Om dit op te vangen start Lucien met de sloop van grote gebouwen zoals kastelen en kloosters. Tot in de Ardennen is hij aan de slag. Onder meer de kastelen van Gembloux (1943), Andenne (1943) en Ath (1944) gaan tegen de grond en de nog bruikbare materialen worden gerecupereerd en verkocht.
Na de Tweede Wereldoorlog is er een groot tekort aan industrieel materiaal en Daniel trekt naar de depots van de geallieerde legers in Duitsland en koopt er hun overstock. Van remorques en vrachtwagens tot jerrycans en draaibanken, alles wordt in België verkocht aan de industrie. Samen met zijn vier zonen en schoonzoon zorgt hij er zo voor dat het bedrijf alom bekend wordt voor dit legermateriaal. Schoonzoon Jerome opent aan de druk bereden oude baan naar Brugge zelfs een filiaal.
Op 7 augustus 1967 overlijdt Lucien Debackere in Duitsland aan een hartaanval. De zaak wordt verdergezet door de vier zonen, Daniël (1938-2025), Georges (1922-1994), Gabriël (1930-2008), Gustaf (1912-2002) en de schoonzoon Jerome (1910-2003).
Als de anderen op pensioen gaan zet Daniël als jongste het bedrijf alleen verder. Begin de jaren 1980 vermindert de vraag naar oud (leger)materiaal en daarom richt hij de afdeling ‘kantoor- en bedrijfsmeubelen’ op. Nu is de firma Debackere nog steeds een belangrijke leverancier van bedrijfsmeubilair in de streek van Roeselare.
In 1989 komt zijn dochter Caroline op achttienjarige leeftijd in de zaak
In deze periode wordt geen legermateriaal meer verkocht. Maar door de punkers en de new-wavers zal dit veranderen : er komt een grote vraag naar stoere legerbottines. En zo rolt de firma Debackere terug in de verkoop van legermateriaal : legersokken, pulls, tenten enz. Op vraag van de jeugdbewegingen start men ook met de verkoop van keukenmateriaal (ketels, lepels enz). Al dit materiaal is nieuw.
Caroline krijgt versterking van haar broer Stefaan die zich toelegt op de ‘Army shop’ (leger- en vrijetijdskledij, kampeermateriaal in camouflagekleuren). Wat later vervoegt haar echtgenoot het bedrijf. Hij neemt de stock met legermateriaal, groot keukenmateriaal, gereedschappen en unieke militaire voorwerpen voor zijn rekening.
De firma Debackere is steeds op zoek naar de verkoop van nicheproducten en worden zo een belangrijk leverancier van zandzakjes.
Meer dan 100 jaar bestaat de firma Debackere: ze hebben veel meegemaakt: oorlogen, veranderde markten enz. Maar door zich steeds her uit te vinden en nieuwe markten te zoeken, ‘doen ze nog steeds deure’.
De vierde generatie staat reeds klaar, want dit jaar kwam de zoon van Caroline, Robin, de zaak versterken.