fabrikant van polyurethaanschuim.
Wyckhuyse Frères & Soeurs, Dumont-Wyckhuyse, Dumo Plastics, Dumo.
• 1853 : Weduwe Coleta Wyckhuyse-Valcke richt een vlasspinnerij op. • 1862 : haar zoon Constant start met een nieuwe vlasweverij en schakelt snel over op jute. • 1949 : oprichting spinnerij van jute. • 1959 : opstart productie polyethyleen zakken. • 1960 : verhuis naar industriepark Beveren, opstart poly-urethaanschuimproductie. • 1970 : focus op poly-urethaan schuim. • 2007 : overname door het Amerikaanse Carpenter.
‘Vlas, jute en schuim van Sint Anne’.
Weduwe Coleta Wyckhuyse-Valcke (1799-1869), een handelaarster in ‘toiles’ (lijnwaad), richt in 1853 een vlasspinnerij op. Dit bedrijf “ten westen van de Statieplaats” brandt in 1858 af en de weduwe krijgt geen of moeilijk toestemming om te herbouwen. Toch is er in 1860 opnieuw activiteit en een jaar later wordt het bedrijf verkocht aan Fritz Ritter-De Brouckère.
In 1862 krijgt Constant Wyckhuyse (1834-1876), één van de zonen van Coleta, de toestemming om een ‘stoppemagazijn’ te bouwen aan de zuidkant van de Ardooisesteenweg. In 1865 breidt hij de site uit met een vlasweverij. Het bedrijf ‘C.Wyckhuse Frères et Soeurs’ blijft gestaag groeien, ook onder de leiding van Henri Dumont-Wyckhuyse (1884-1937) en zijn zoon Henri junior (1910-1969). In de volksmond heet de fabriek ‘Sint Anne’, een verbastering van St. An. (‘Société Anonyme’).
Vrij snel wordt overgeschakeld naar het weven van jute. Op het einde van de 19de eeuw is er immers een grote behoefte aan goedkoop en degelijk verpakkingsmateriaal en jutezakken worden veel gebruikt door de maalderijen (die de dorpsmolens verdringen) en door handelaars in meststoffen (eerst guano en later kunstmest).
Tijdens beide wereldoorlogen wordt de fabriek volledig vernield, maar de firma Wyckhuyse herpakt zich telkens snel. Enkel tijdens de oorlogsjaren ligt het weven stil. In 1949 wordt naast de weverij een eigen spinnerij opgericht.
In 1957 wordt de firma een nv. onder de Franstalige naam ‘Usines Dumont-Wyckhuyse nv.’
In de spinnerij en de twijnderij verwerkt men maandelijks 450 ton jute grotendeels voor de verdere interne verwerking in de weverij en de jutezakkenconfectie.
De concurrentie uit Oosterse landen en een verminderde vraag naar ruw verpakkingsmateriaal, doet de bedrijfsleiding uitkijken naar nieuwe marktsegmenten. De productie van ruwe verpakkingen wordt stopgezet en verschuift naar de productie van vloer- en wandbekleding. Er wordt zelfs even behangpapier op basis van vlas of jute geproduceerd.
In 1959 start de productie van polyethyleen zakken. Jutezakken zijn doorlatend en de polyethyleen binnenbekleding maakt ze volledig dicht. Ook aparte zakken in alle vormen en maten worden met veel succes verkocht.
In deze nieuwe ontwikkelingen en innovaties vervult de niet-familiale algemeen directeur Georges Cornelis (° Lokeren 1907) een belangrijke rol.
Begin jaren 1960 wordt een nieuwe fabriek op een terrein van 11 ha in Beveren-Roeselare gebouwd. Hier wordt gestart met de fabricatie van polyurethaanschuim dat diverse toepassingen heeft, van matrassen over autozittingen tot isolatiemateriaal. Op dat ogenblik werken er 675 arbeiders in de verschillende afdelingen.
Vanaf de jaren 1970 concentreert het bedrijf zich onder de nieuwe naam Dumo volledig op de productie van polyurethaanschuim. De daaropvolgende jaren krijgt Dumo verschillende eigenaars.
Begin jaren 2000 maakt het bedrijf een moeilijke periode door en in 2007 wordt Dumo door het Amerikaanse Carpenter overgenomen. Carpenter Belgium produceert polyurethaanschuim dat verwerkt wordt in comfortproducten zoals matrassen en meubilair. Omdat het moederbedrijf sterk gelooft in een strategie van verticale integratie, worden de gefabriceerde schuimen ook in Roeselare verder verwerkt tot eindproducten zoals matrassen.